Toen John DeLorean werd gevraagd waarom hij zijn fabriek in Noord-Ierland bouwde, was het antwoord: “dat is simpel, niemand anders in de wereld was van plan een dergelijk groot bedrag in het project te investeren”. De Britse regering kende grote problemen in Noord-Ierland. De komst van een Amerikaanse industrieel zou veel werkgelegenheid scheppen en dat was hen veel waard. De DeLorean Motor Company kreeg een stuk grond ter beschikking in Dunmurry, een buitenstad van Belfast. Het terrein bevond zich tussen een katholieke en protestante wijk. In een recordtijd van 2 jaar werd het terrein omgetoverd tot een van de modernste productiefaciliteiten van zijn tijd. Het was een relatief schone en stille fabriek. Geen lakstraat, geen stans- en plaatwerkmachines en geen lasrobots. Auto’s in opbouw werden door de hele fabriek getransporteerd met AGV’s (Automatic Guided Vehicles). Er werd voornamelijk geassembleerd. Het waren voornamelijk de kunststof body’s die daadwerkelijk ter plaatse geproduceerd werden. 
In december 1980 rolden de eerste auto’s van de band. Het was een soort voorserie die werd gemaakt om het personeel op te leiden. In Belfast had niemand ervaring in de auto-industrie en het vergde dus veel aandacht om de nieuw aangetrokken arbeiders te trainen. Na productie werden deze auto’s weer gedemonteerd. Het duurde nog even voordat er auto’s werden gemaakt voor de Amerikaanse consument. In onderstaand overzicht is goed te zien hoe de productieaantallen zich door de tijd heen hebben ontwikkeld. 

De eerste auto’s kenden echter nog veel kwaliteitsproblemen. In Amerika werden de DeLoreans eerst afgeleverd bij 2 zgn. Quality Centres voordat ze werden uitgeleverd aan de dealers. Ondanks deze aanpak kon niet worden voorkomen dat een aantal onvolkomenheden bleven bestaan. De basis van de DMC-12 was prima maar een aantal, vooral elektrische zaken eromheen, veroorzaakten de nodige storingen. De aansturing van de ventilatoren, de centrale vergrendeling, de zgn. inertia-switch en de elektrisch bedienbare ramen gaven dikwijls problemen. Hoewel deze problemen relatief eenvoudig zijn op te lossen, heeft het veel negatieve publiciteit opgeleverd waardoor de auto een slechte naam kreeg als het gaat om kwaliteit. Na verloop van tijd kregen de Quality Centres echter steeds minder te doen. De auto’s werden steeds beter en er kwamen zgn. updates voor de meeste onderdelen die problemen opleverden. 
In feite was 1981 een redelijk goed jaar voor de nieuwe onderneming, maar wie goed oplette zag tegen het einde van het jaar problemen ontstaan. DeLorean besloot de productie sterk te verhogen, terwijl de afzet van de auto’s juist stagneerde. Dit onlogische besluit had alles te maken met de toezeggingen van DMC over het aantal arbeiders dat in dienst zou zijn van de onderneming.
Hierna ging het snel bergafwaarts. De jonge fabrikant kwam in de problemen, de rekeningen werden niet meer betaald. Er volgde surseance van betaling en een proces dat uiteindelijk tot een definitief faillissement leidde.

DCN op sociale media

Correspondentie

DeLorean Club Nederland
t.a.v. DCN Secretariaat
Vanghout 1
9422 MG Smilde
T: +31 655 98 14 02

Voorzitter: Mario Perotti •
Secretaris: Robbert Oosterhof •
Penningmeester: Michiel Reurslag •

Contactpersoon FEHAC: voorzitter
Contactpersoon clubproducten: secretaris
Verenigingsregister: KvK Alkmaar: 37084201