lid worden
Heeft u een DeLorean? De wens om er ooit eentje aan te schaffen of 'gewoon' idolaat van het merk? DCN biedt voor elk wat wils. Lees wat het lidmaatschap te bieden heeft.
adverteren
Wilt u opvallen bij uw doelgroep en adverteren op delorean.nl? Neem dan contact op met de DeLorean Club Nederland voor de mogelijkheden en kosten.
echte d op jouw stoep?!
Binnenkort een evenement, feest of beurs met een thema die vraagt om een echte DeLorean op de stoep? Neem dan contact op met DeLorean Club Nederland.

Filosofie achter de auto

De geboorte van een auto begint bij een filosofie, een idee, zo je wil. John DeLorean had veel ervaring in de auto-industrie en hij wist dus ook dat hij geen kans zou maken wanneer hij zou proberen om de directe concurrentie aan te gaan met de zg. “big three”. Of te wel General Motors, Ford en Chrysler. Walter P. Chrysler was trouwens de laatste autoproducent die het was gelukt om een plaats te veroveren tussen de Amerikaanse producenten. 
En let wel, dat was ergens rond de jaren dertig. Om succesvol te kunnen zijn moest DeLorean een zg. niche zien te vinden. Een deelterrein dat nog niet maximaal geëxploiteerd en beconcurreerd werd. De markt van tweezits sportauto’s bijvoorbeeld. De grootschalige autoindustrie in Amerika kende, en dat geldt tot op de dag van vandaag, eigenlijk maar één tweezits sportauto en dat was de Chevrolet Corvette. Als DeLorean een kans zou kunnen maken, dan zou het deze markt moeten worden. Weinig concurrentie, relatief veel publiciteit, beperkte initiële investeringen, groter winstpotentieel, draagkrachtige doelgroep, om maar wat argumenten te noemen.

De markt die de DeLorean zou moeten bedienen was vlug bepaald, maar op welke wijze stond nog open. DeLorean ontwikkelde het idee van een ethisch verantwoorde auto. Hij vond dat de auto-industrie te weinig in veiligheid investeerde en dacht zich te kunnen onderscheiden door daar juist veel aandacht aan te besteden. Dit gedachtengoed werd versterkt door zijn eerdere werk voor een verzekeringsmaatschappij die hem had gevraagd voorzieningen te ontwikkelen die auto’s veiliger zouden maken. Er waren nog een aantal dingen waarvan DeLorean vond dat de gevestigde industrie steken liet vallen. Auto’s hadden een te korte levensduur meende DeLorean. Daarbij verbruikten ze veel teveel brandstof. DeLorean verwachtte dat de publieke opinie in deze zou veranderen en dat hij daar op in kon spelen. DeLorean had het begrip duurzaamheid dus al vroeg ter hand genomen. Luxe was ook belangrijk. Het moest meer een GT worden dan een pure sportwagen. Comfort was belangrijk zodat de wagen als dagelijks vervoermiddel zou kunnen dienen. Als doelgroep zag DeLorean bijv. succesvolle zakenmensen. Zij zouden zeker eisen stellen aan comfort en gemak. Natuurlijk moest de auto wel goed presteren zodat de sportieve aspiraties ook waar gemaakt konden worden.

Met dit gegeven werden duidelijke uitgangspunten vastgelegd waarmee een toekomstig ontwerpteam aan de slag kon gaan.
 

Concept

   
Het lukte DeLorean om Bill Collins te contracteren. Collins werkte als hoofd van een ontwerpafdeling bij General Motors en was zeer getalenteerd. DeLorean kon een goed salaris bieden en een kans voor Collins om een eigen auto vanaf de bodem te ontwikkelen. Wat natuurlijk de droom is van elke ontwerper in de auto-industrie. 
Collins kreeg een eigen ontwerpteam en ging aan de slag. Er werden verschillende ideeën uitgewerkt. Het belangrijkste basisgegeven werd het gebruik van composietmateriaal als basis voor de carrosserie. Hiervoor richtte DeLorean de Composite Technology Corporation op. Het bedrijf kocht de rechten van Royal Dutch Shell om een bepaalde technologie te kunnen gebruiken. De techniek, Elastic Reservoir Moulding (ERM) zou een sterke bodystructuur opleveren. Een extra frame zou niet nodig zijn om voldoende sterkte te creëren. De motor zou achter de passagiers komen. Zodoende kon een goede wegligging worden verkregen en kon de gehele voorkant van de auto als kreukelzone worden ontworpen. Grotere achterwielen zouden de gewichtsverdeling compenseren. John DeLorean was een flamboyante persoonlijkheid en prominent deelnemer in de wereld van de glamour. Hij had zelf hele specifieke ideeën over een droomauto. Hij veronderstelde dat vleugeldeuren de auto veel sex-appeal zouden geven. De constructie zou bovendien het voordeel hebben dat de instap gemakkelijk blijft ondanks dat de auto nogal laag zou zijn. De veiligheid zou ook gediend zijn omdat deze constructie veel sterker zou zijn bij een aanrijding van opzij. Dat de deuren niet geopend kunnen worden als de auto bij een ongeluk op het dak terecht zou komen, werd geaccepteerd. In dat geval moest men de voorruit maar naar buiten drukken. Cijfers wezen echter uit dat auto’s praktisch nooit op hun dak terecht komen.
 
   
Het gebruik van RVS was ook een wens van DeLorean. Het materiaal is ontzettend duurzaam en het zou de auto onderscheiden van de concurrentie. De extra kosten van het materiaal worden terugverdiend omdat er geen noodzaak meer is voor een laklaag en daarmee de aanleg van een verfstraat. Het RVS is voornamelijk esthetisch omdat het plaatwerk geen dragende functie heeft. Het is altijd DeLorean’s bedoeling geweest om gebruik te maken van hetgeen de automotive industrie reeds op de schappen heeft liggen. Motor, versnellingsbak, klimaatregeling en remdelen worden allemaal ingekocht. 

Al met al ontwikkelde zich een intelligent concept met veel realisme waarmee DeLorean de publiciteit kon zoeken. En niet te vergeten financiers kon vinden voor zijn project.
 

Ontwerp

Bill Collins en zijn team hebben goed werk verricht. De oorspronkelijke ideeën hebben zich ontwikkeld tot mooie concepten die verder uitgewerkt kunnen worden. Collins en DeLorean gaan in 1974 naar de Turin Auto Show om in contact te komen met verschillende ontwerpbureau’s. Vier van de meest prominente ontwerpstudio’s worden bezocht. Bertone, Pininfarina, Michelotti en Ital Design. Bij het laatste bedrijf komen ze in contact met de chef designer en eigenaar van Ital Design, Giorgetto Giugiaro. De vonk slaat meteen over. 
Vrij kort hierna krijgt Giugiaro de opdracht om een ontwerp te maken voor de DeLorean sports car. Ongeveer een half jaar later levert Ital Design het definitieve ontwerp, in de vorm van een houten 1:1 model. Collins en DeLorean zijn erg tevreden over het resultaat. Het is nu zaak om prototypes te bouwen die kunnen rijden. Het uiterlijk van de DeLorean heeft weliswaar vorm gekregen, maar het engineering gedeelte moet nog plaatsvinden. Eerst maken Collins en zijn team verschillende prototypes op basis van het ontwerp van Giugiaro. Er worden verschillende dingen uitgeprobeerd met het interieur. Er zijn nog veel onzekerheden over de aandrijflijn van de auto. DeLorean ziet een Wankel motor wel zitten en er worden wat gesprekken gevoerd met o.a. Mazda en Citroen/NSU. Dan worden de mogelijkheden van een Ford V6 verkend. Wanneer er onduidelijkheden ontstaan over de versnellingsbak wordt deze optie verlaten voor een motor en versnellingsbak van Citroen. Dit blijft lang staan als alternatief en het eerste prototype zal hiermee worden uitgerust. Het gaat mis wanneer Citroen er lucht van krijgt dat DeLorean een turbo op het blok wil monteren om vermogen te winnen. Citroen verleent geen medewerking meer omdat het bang is dat het blok niet sterk genoeg is voor een dergelijke configuratie met alle negatieve publiciteit van dien (jaren later komt Citroen zelf met een turbo variant). Er wordt gaandeweg veel werk verricht als het gaat om wielophanging, interieur, zitpositie en natuurlijk de aandrijflijn. De zoektocht naar een geschikte motor en versnellingsbak eindigt bij Renault. Peugeot, Renault en Volvo hebben met z’n drieën een V6 motor laten ontwikkelen bij een fabriek in Douvrin (Frankrijk). De motor staat bekend als PRV6 waarbij de initialen de drie partners aanduiden. Het blok wordt ook wel de Douvrin, of Euromotor genoemd. Het is van de weinige mogelijkheden die DeLorean nog resten. Het is nl. van wezenlijk belang dat de motor gecertificeerd is t.b.v. de Amerikaanse emissie-wetgeving. Het ontwerpteam ziet veel mogelijkheden in de motor en vindt een voorbeeld in de Renault Alpine A310 V6. Een auto die veel gelijkenis heeft met het concept van de DeLorean. Op dat moment wordt nog niet zo zwaar getild aan het feit dat de motor niet zo veel vermogen levert. Het idee bestaat nog dat de DeLorean een lichte auto zal worden waardoor de prestaties gegarandeerd zijn.

Dan wordt het punt bereikt dat DeLorean voldoende financiën heeft gevonden om het model definitief productierijp te maken. Collins en zijn team hebben niet voldoende capaciteit om dit op eigen kracht te doen. Net als voor het design van de auto wordt een aantal partijen afgewogen die de klus kunnen klaren. Veel tijd is er niet want de bouw van de fabriek is al begonnen. Er is een zeer kort tijdschema om alles voor elkaar te krijgen. Omdat de fabriek in Belfast komt, lijkt het verstandig om het engineering-team ook naar Groot-Brittannië te verhuizen. Er wordt gesproken met Jensen en Aston Martin maar zonder succes. Er zijn kansrijke gesprekken met Porsche, maar Porsche wil minimaal 2 jaar de tijd om de auto productierijp te maken, en die tijd is er niet. In Lotus vindt DeLorean uiteindelijk een partner. Het klikt tussen DeLorean en Colin Chapman, de geestelijk vader van Lotus. Er wordt een contract getekend voor een bedrag van $12,5 miljoen. Dat geld is trouwens op miraculeuze wijze verdwenen, maar dat is een heel ander verhaal. DeLorean en Chapman zijn aan elkaar gewaagd. Het zijn beide getalenteerde ingenieurs die zo ver zijn gekomen dat ze hun eigen auto’s bouwen. Het zijn ook zakenlieden en schromen schijnbaar weinig om hun doelen te bereiken.

Nu Lotus het stuur overneemt verandert er veel. Het team van Collins blijft betrokken maar wordt meer gepasseerd dan geconsulteerd. Lotus gaat op zeker en zet veel van de oorspronkelijke concepten opzij. Het ERM-proces dat het belangrijkste onderdeel is van het prototype wordt afgedankt. Lotus ziet te veel risico’s, veel liever hanteren zij een oplossing waar ze al ervaring mee hebben. De DeLorean zal veel mee krijgen van de Lotus Esprit die net door Lotus is uitgebracht. De body zal gemaakt worden met het VARI systeem, wat staat voor Vacuum Assisted Resin Injection. Een procédé waarmee je glasvezel body’s kan maken. Hiervoor is wel een apart chassis nodig om voldoende sterkte en stijfheid in de constructie te krijgen. Het frame zal grote gelijkenis krijgen met dat van de Esprit, een zgn. backbone chassis. De verbeteringen die worden aangebracht zullen ook hun weg vinden naar later Esprits. Uit kostenoverwegingen worden ook andere ideeën losgelaten. De airbag die was voorzien moet bijv. het veld ruimen vanwege de kosten. De betere Pirelli banden worden ingeruild voor goedkopere Goodyears.
 

Productie

Toen John DeLorean werd gevraagd waarom hij zijn fabriek in Noord-Ierland bouwde, was het antwoord: “dat is simpel, niemand anders in de wereld was van plan een dergelijk groot bedrag in het project te investeren”. De Britse regering kende grote problemen in Noord-Ierland. De komst van een Amerikaanse industrieel zou veel werkgelegenheid scheppen en dat was hen veel waard. De DeLorean Motor Company kreeg een stuk grond ter beschikking in Dunmurry, een buitenstad van Belfast. Het terrein bevond zich tussen een katholieke en protestante wijk. In een recordtijd van 2 jaar werd het terrein omgetoverd tot een van de modernste productiefaciliteiten van zijn tijd. Het was een relatief schone en stille fabriek. Geen lakstraat, geen stans- en plaatwerkmachines en geen lasrobots. Auto’s in opbouw werden door de hele fabriek getransporteerd met AGV’s (Automatic Guided Vehicles). Er werd voornamelijk geassembleerd. Het waren voornamelijk de kunststof body’s die daadwerkelijk ter plaatse geproduceerd werden. 
In december 1980 rolden de eerste auto’s van de band. Het was een soort voorserie die werd gemaakt om het personeel op te leiden. In Belfast had niemand ervaring in de auto-industrie en het vergde dus veel aandacht om de nieuw aangetrokken arbeiders te trainen. Na productie werden deze auto’s weer gedemonteerd. Het duurde nog even voordat er auto’s werden gemaakt voor de Amerikaanse consument. In onderstaand overzicht is goed te zien hoe de productieaantallen zich door de tijd heen hebben ontwikkeld. 

De eerste auto’s kenden echter nog veel kwaliteitsproblemen. In Amerika werden de DeLoreans eerst afgeleverd bij 2 zgn. Quality Centres voordat ze werden uitgeleverd aan de dealers. Ondanks deze aanpak kon niet worden voorkomen dat een aantal onvolkomenheden bleven bestaan. De basis van de DMC-12 was prima maar een aantal, vooral elektrische zaken eromheen, veroorzaakten de nodige storingen. De aansturing van de ventilatoren, de centrale vergrendeling, de zgn. inertia-switch en de elektrisch bedienbare ramen gaven dikwijls problemen. Hoewel deze problemen relatief eenvoudig zijn op te lossen, heeft het veel negatieve publiciteit opgeleverd waardoor de auto een slechte naam kreeg als het gaat om kwaliteit. Na verloop van tijd kregen de Quality Centres echter steeds minder te doen. De auto’s werden steeds beter en er kwamen zgn. updates voor de meeste onderdelen die problemen opleverden. 
In feite was 1981 een redelijk goed jaar voor de nieuwe onderneming, maar wie goed oplette zag tegen het einde van het jaar problemen ontstaan. DeLorean besloot de productie sterk te verhogen, terwijl de afzet van de auto’s juist stagneerde. Dit onlogische besluit had alles te maken met de toezeggingen van DMC over het aantal arbeiders dat in dienst zou zijn van de onderneming.
Hierna ging het snel bergafwaarts. De jonge fabrikant kwam in de problemen, de rekeningen werden niet meer betaald. Er volgde surseance van betaling en een proces dat uiteindelijk tot een definitief faillissement leidde.
 

De DeLorean in Nederland

Ten tijde van de wereldwijde lancering van de DeLorean was er een Nederlandse importeur aangewezen voor het merk. Dit was een handelsonderneming, gevestigd in Hoofddorp. De verkoopprijs voor een DeLorean was 80.000 gulden, een hele berg geld. Zeker voor een Amerikaanse wagen. Door de wereldwijde recessie zijn er echter nooit auto's verkocht ten tijde van de productie. In 1982 ging DMCL failliet en was de droom voorlopig voorbij.
 
In 1984 werd de DeLorean opnieuw onder de aandacht gebracht, door als tijdmachine te figureren in de filmtrilogie "back to the future". Hierbij werd het wereldwijde interesse voor het merk nieuw leven in geblazen. Iedereen wilde wel zo'n futuristische auto, waarmee je ook nog door de tijd kon reizen. Voor nederland bleef het beperkt door een enkele import, waaronder een DeLorean voor Jan Des Bouvrie. Dit is, zover wij weten, de allereerste DeLorean in Nederland. Het kenteken is opgenomen in het Nationaal register Mobiel erfgoed.

 
Het doel was het maken van een moderne sportwagen.